
Joop
Stotijn schoonspringafdeling van DSZ
HOMEPAGE - INDEX PAGINA SCHOONSPRING REGLEMENT
REGLEMENT ARTIKEL F17
naar
artikel F16 naar artikel F18
Opgenomen
in artikel F 17 Uitvoering van de sprongen zijn :
F17.3 Sprongen uit stand
F17.4 Sprongen met aanloop
F17.5 Zowel sprongen uit stand als met aanloop
F17.6 Sprongen uit handstand
F17.7 Puntenaftrek
F17.8 Lichaamshoudingen
F17.9 Schroefsprongen
F17.10 Het induiken
Artikel
F17
Uitvoering van de sprongen
De sprongen moeten naar de volgende maatstaven worden uitgevoerd en
beoordeeld.
17.1 Alle
sprongen moeten door de deelnemers zelf zonder enige hulp van anderen worden
uitgevoerd. Tussen de sprongen in zijn aanwijzingen wel toegestaan.
17.2 Elke
sprong mag uit stand worden uitgevoerd. Een aanloop mag alleen gemaakt worden in
combinatie met de sprongrichtingen voorwaarts of contra.
17.3.1 De
aanvangshouding wordt geacht te zijn aangenomen zodra de springer zich op het
einde van de springplank of het platform heeft opgesteld.
17.3.2 Bij de
aanvangshouding moet het lichaam rechtop zijn, het hoofd opgeheven en de armen
gestrekt in een willekeurige stand.
17.3.3 De sprong
begint wanneer de armen vanuit de aanvangshouding in beweging komen.
17.3.4 Bij
sprongen uit stand bepaalt de scheidsrechter dat de maximale score voor de
sprong 4½ punt is als de springer loskomt van de plank en vervolgens twee of
meer malen terug komt op de plank (veert).
17.3.5 Als de
springer voor de afzet loskomt van de plank of platform en vervolgens terug komt
op de plank of het platform bij sprongen uit stand zal de beoordelaar maximaal 4½
punt toekennen. Ook als de scheidsrechter niet bepaald dat de maximale score
voor de sprong 4½ punt is.
17.3.6 Wanneer
de voeten van een springer bij een voor‑ of achterwaartse afzet slechts
weinig los komen van de springplank of het platform, voordat de eigenlijke afzet
plaatsvindt, zal iedere beoordelaar naar eigen inzicht ½ tot 2 punten in
mindering brengen.
17.4.1 De
aanvangshouding wordt geacht te zijn aangenomen zodra de springer gereed is voor
de eerste pas van de aanloop.
17.4.2 De
aanloop moet zonder aarzeling in een vloeiende beweging recht naar het uiteinde
van de plank of het platform worden uitgevoerd.
17.4.3 Indien de
aanloop niet zonder aarzeling in een vloeiende beweging naar het uiteinde van de
plank of het platform wordt uitgevoerd zal iedere beoordelaar naar eigen inzicht
½ tot 2 punten in mindering brengen.
17.4.4 In de aanloop dient een met één voet afgezette
opsprong naar de punt gevolgd door een met twee voeten gelijktijdig gemaakte
afzet van de punt te worden getoond, anders verklaart de scheidsrechter de
sprong "geheel mislukt". Bij sprongen van een platform met aanloop mag
de afzet ook met één voet gebeuren.
17.4.5 Wanneer
een springer een aanloop voor het einde van de plank onderbreekt en daarna
doorgaat, zal de scheidsrechter het cijfer van iedere beoordelaar met 2 punten
verlagen.
17.5.1 De
aanvangshouding moet vrij en ongedwongen zijn.
17.5.2 Indien de
juiste aanvangshouding niet wordt aangenomen zal iedere beoordelaar naar eigen
inzicht ½ tot 2 punten in mindering brengen.
17.5.3 De afzet
moet gedurfd, redelijk hoog en zelfverzekerd zijn en moet vanaf het einde van de
springplank c.q. het platform plaatsvinden.
17.5.4 Indien de
afzet niet gedurfd, hoog, zelfverzekerd en vanaf het einde van de plank of
platform is zal iedere beoordelaar naar eigen inzicht ½ tot 2 punten in
mindering brengen.
17.6.1 De
aanvangshouding gaat in wanneer beide handen bij het uiteinde van het platform
zijn en beide voeten los komen van het platform.
17.6.2 Wanneer een springer
het evenwicht verliest en zo ver terugvalt, dat één of beide voeten het
platform raken, dan wel enig ander lichaamsdeel anders dan zijn handen, mag hij
een tweede poging ondernemen.
17.6.3 Wanneer een springer
zijn balans verliest waardoor hij één of beide handen verzet ten opzichte van
de originele plaats aan het eind van het platform zal dit beschouwd worden als
het onderbreken van de sprong en begint de volgende poging zodra beide handen
weer zijn neergezet bij het uiteinde van het platform.
17.6.4 Wanneer geen
evenwichtige handstand met een gestrekte lichaamshouding wordt getoond, verlagen
de beoordelaars hun cijfer met ½
tot 2 punten.
17.7.1 Puntenaftrek
voorbehouden aan de scheidsrechter zal niet door de beoordelaars worden
toegepast. De scheidsrechter zal, na dit te hebben aangekondigd, 2 punten van
het cijfer van iedere beoordelaar in mindering brengen.
17.7.2 De
scheidsrechter zal 2 punten aftrek toepassen en na een tweede mislukte poging de
sprong “geheel mislukt” verklaren indien :
- de springer opnieuw begint met een sprong uit stand nadat
de armzwaai is ingezet;
- de springer de plank in beweging heeft gebracht met zijn voeten of benen, de
beweging vervolgens stopt en weer opnieuw begint (opnieuw begint met zijn “fore-movement”);
- de springer opnieuw begint met een aanloop;
- de springer opnieuw begint met een handstand;
- de springer tijdens het maken van de handstand één of twee handen verplaatst
ten opzichte van de originele plaats aan het einde van het platform.
17.7.3 Wanneer een springer
tijdens de vlucht de springplank of het platform raakt dan wel naast de
springplank(richting) c.q. platform (richting) springt, brengt iedere
beoordelaar hiervoor naar eigen inzicht punten in mindering.
17.8.1 In de
gestrekte houding mag het lichaam niet gebogen zijn noch in de heupen, noch in
de knieën en moeten de benen gesloten en tot en met de tenen gestrekt worden
gehouden. De armhouding is vrij.

17.8.2 Bij alle
zweefsalto's moet de gestrekte houding duidelijk worden getoond vanaf het moment
van het verlaten van de springplank of het platform of na één salto. Indien de
gestrekte houding minder dan een kwart salto (90°) wordt getoond bij sprongen
met één salto is het cijfer maximaal 4½. Indien de gestrekte houding minder
dan een halve salto (180º) wordt getoond bij sprongen met anderhalve salto of
meer is het cijfer maximaal 4½.
17.8.3 In de
gehoekte houding moet het lichaam in de heupen gebogen zijn, terwijl de benen
tot en met de tenen gestrekt en gesloten worden gehouden. De armhouding is vrij.

17.8.4 In de
gehurkte houding moet het lichaam zo klein mogelijk opgevouwen zijn met de
handen op de onderbenen, terwijl de gebogen knieën en gestrekte voeten gesloten
worden gehouden.

17.8.5 De hoek-
en de hurkhouding als in dit artikel omschreven moeten er altijd sierlijk
uitzien. Van opzij gezien moet de hurkhouding er samengepakt uitzien, d.w.z.
de bovenzijde van de dijbenen dicht tegen de borst en de kuiten dicht tegen de
dijbenen.
17.8.6 In de
vrije houding is de lichaamshouding naar keuze, maar de benen moeten gesloten
worden gehouden en de voeten gestrekt.
17.8.7 Indien
voor de lichaamshoudingen gestrekt (A), gehoekt (B) of gehurkt (C) niet geheel
is voldaan aan alle eisen uit de voornoemde artikelen F17.8.1 tot en met F17.8.6
zal iedere beoordelaar naar eigen inzicht ½ tot 2 punten in mindering brengen.
17.8.8 Indien
het duidelijk is, dat de sprong in een andere lichaamshouding werd uitgevoerd
dan aangekondigd, moet de scheidsrechter, alvorens de beoordelaars het signaal
te geven hun cijfers te tonen, de aankondiging (laten) herhalen met de
mededeling, dat het cijfer niet meer dan 2 mag zijn. Wanneer een beoordelaar dan
toch meer dan 2 punten geeft, reduceert de scheidsrechter het cijfer van die
beoordelaar tot 2.
17.8.9 Indien een sprong duidelijk in een andere houding
wordt uitgevoerd dan was aangekondigd, is de uitvoering 'onvoldoende' en het
cijfer ten hoogste 2, ook als de scheidsrechter niet bepaald dat het cijfer
maximaal 2 punten is.
17.8.10 Wanneer
een sprong gedeeltelijk in een andere houding wordt uitgevoerd dan was
aangekondigd geven de beoordelaars gebaseerd op hun eigen mening een cijfer dat
ten hoogste 4½ mag zijn.
17.9.1 Als een
schroefbeweging duidelijk zichtbaar van de springplank of het platform wordt
meegenomen zal iedere beoordelaar naar eigen inzicht ½ tot 2 punten in
mindering brengen.
17.9.2 Bij
schroefsalto's mag de schroef op ieder willekeurig moment tijdens de vlucht
worden uitgevoerd.
17.9.3 Bij
gehoekte schroefsprongen dient de hoekhouding duidelijk te worden getoond
gedurende het verloop van de sprong. Indien de hoekhouding niet wordt getoond
zal iedere beoordelaar naar eigen inzicht ½ tot 2 punten in mindering brengen.
17.9.4 Bij
gehurkte schroefsprongen dient de hurkhouding duidelijk te worden getoond
gedurende het verloop van de sprong. Indien de hurkhouding niet wordt getoond
zal iedere beoordelaar naar eigen inzicht ½ tot 2 punten in mindering brengen.
17.10.1 De
springer moet altijd verticaal of nagenoeg verticaal in het water komen; het
lichaam tot en met de tenen gestrekt en de benen gesloten. Indien de sprong te
kort heeft of doorslaat in de landing, brengen de beoordelaars naar eigen
inzicht punten in mindering.
17.10.2 Alle
sprongen, waarbij het hoofd eerst in het water komt, moeten worden uitgevoerd
met de armen in het verlengde van het lichaam langs het hoofd gestrekt met de
handen dicht bij elkaar.
17.10.3 Bij alle
sprongen waarbij de voeten eerst in het water komen, dienen de armen langs het
lichaam te worden gehouden en mogen de ellebogen niet gebogen zijn.
17.10.4 Wanneer
één arm of beide armen boven het hoofd komen bij een landing met de voeten
naar beneden of onder het hoofd komen bij een landing met het hoofd naar
beneden, moet de scheidsrechter, alvorens de beoordelaars het signaal te geven
hun cijfers te tonen, (laten) aankondigen dat het cijfer niet meer dan 4½ mag
zijn. Wanneer een beoordelaar dan toch meer dan 4½ punt geeft, reduceert de
scheidsrechter het cijfer van die beoordelaar tot 4½.
17.10.5 Indien
één arm of beide armen bij het induiken niet in de voorgeschreven houding zijn
en de scheidsrechter bepaalt niet dat het cijfer maximaal 4½ is omdat de
armhouding niet juist is, zal iedere beoordelaar afhankelijk van de
omstandigheden ½ tot 2 punten aftrekken.
17.10.6 Een
sprong is beëindigd als het gehele lichaam onder water is verdwenen.
naar
artikel F16 naar artikel F18
( Disclaimer : De op deze site opgenomen teksten zijn afkomstig uit het schoonspring-reglement van de
KNZB. Hoewel de tekst met de grootste zorg is samengesteld en naar beste weten van de
webmaster geen fouten bevat is de tekst in het reglementen
boek van de KNZB leidend. De KNZB is niet verantwoordelijk voor de op deze site
gepubliceerde teksten)
©HMJD/01-01-2006