
Joop
Stotijn schoonspringafdeling van DSZ
HOMEPAGE - INDEX PAGINA SCHOONSPRING REGLEMENT
REGLEMENT ARTIKEL F3
Artikel
F3 Wedstrijdterrein
naar artikel F2 naar
artikel F4
3.1
Onder
wedstrijdterrein wordt verstaan dat gedeelte van het zwembad waar de wedstrijd c.q. het
evenement plaatsvindt inclusief de volledige schoonspringaccommodatie, alsmede het terrein
waar de jury c.q. toezichthoudende instantie haar werkzaamheden verricht en het terrein
waar de eventuele prijzen c.q. aandenken worden uitgereikt (zie ook het sponsoring
reglement artikel 8 lid 5).
3.2
De
beoordelaars krijgen van de scheidsrechter gescheiden plaatsen aan weerszijden van de
springplank(en) of de toren toegewezen. Wanneer dit onuitvoerbaar is of de scheidsrechter
dit niet wenselijk acht kunnen de beoordelaars langs één zijde van het bassin worden
opgesteld.
3.3
Een beoordelaar mag in geen geval van plaats veranderen, tenzij dit op aanwijzing
van de scheidsrechter gebeurt en dan alleen onder buitengewone omstandigheden.
3.4
De
zitplaatsen van de beoordelaars moeten aan duidelijke nummers herkenbaar zijn, worden met de klok mee genummerd beginnend aan de rechterzijde, kijkend
met de plank in de rug. De nummering van de stoelen voor beoordelaars
synchroniteit is van dichtstbij de badrand staande stoel naar achter. (Zie
voorbeelden).

- B staat voor beoordelaar techniek, S staat voor beoordelaar
synchroniteit.
3.5 Voor 1 meter wedstrijden worden gewone stoelen gebruikt en voor 3 meter en toren wedstrijden is het aan te bevelen dat de zitplaatsen voor de beoordelaars zich niet lager dan 1,5m en niet hoger dan 2,0m boven het wateroppervlak bevinden.
3.6 Voor synchroonspringen is de eerste stoel bij voorkeur 2m hoogte en hebben de stoelen erachter een oplopende hoogte van steeds 0,5m.
3.7 Stoelen moeten voorbij de voorzijde van de plank of platform staan en staan voor 3 meter plankspringen en torenspringen op een zo groot mogelijke afstand van de badrand.
3.8 Voor alle deelnemers, trainers en officials dienen zitplaatsen beschikbaar te zijn van waaruit ze behoorlijk zicht hebben op de trainingen en wedstrijden. Deze zitplaatsen dienen zich zo mogelijk langs de zijkant van het bassin te bevinden.
naar
artikel F2 naar artikel F4
Toelichting
1.
Wedstrijdterrein: Het wedstrijdterrein is het gebied waarbinnen de (hoofd-)scheidsrechter
de leiding heeft.
Dit houdt in dat hij verantwoordelijk is voor de rust en orde en hierop personen
in voorkomend geval dient aan te spreken.
Hij zorgt voor rust rondom de juryleden en kan overeenkomstig het KNZB-C-reglement
(zie hieronder) personen verwijderen dan wel wegens wangedrag rapporteren
aan de tuchtcommissie. Zie ook artikel F-15
voor de taak van de scheidsrechter
17.1 Een scheidsrechter heeft gezag over deelnemers vanaf binnenkomst tot het verlaten van de accommodatie voor zover dit verblijf verband houdt met de wedstrijd waarvan hij de leiding heeft.
17.2
17.2.1 Een scheidsrechter kan een deelnemer, coach en/of andere ploegleider,
jurylid en/of toeschouwer, die zich
naar de mening van de scheidsrechter ongepast gedraagt, uitsluiten van (verdere)
deelneming aan en/of
aanwezigheid bij een wedstrijd.
17.2.2 De scheidsrechter maakt in aanvulling op het vermelde in het
proces-verbaal, overeenkomstig de in of
bij de sportreglementen gegeven voorschriften, hierover rapport op en zendt dat
aan de daarvoor aangewezen
instantie. Deze
beslist op grond van dit rapport en eventueel nader ingewonnen inlichtingen of
een klacht wordt ingediend
overeenkomstig de regels in het tuchtreglement. De
instantie die de klacht indient, kan de tuchtcommissie verzoeken een voorlopige
schorsing op te leggen
wegens de ernst van het gepleegde feit.
17.3 Indien er zich voor en/of tijdens een wedstrijd omstandigheden voordoen,
waardoor het houden casu quo
voortzetten van een wedstrijd gevaar voor de deelnemers kan opleveren, dient –
ter beoordeling
van de (hoofd)scheidsrechter(s) – de wedstrijd(en) te worden onderbroken casu
quo afgelast. De
organiserende instantie heeft eveneens het recht om de wedstrijd te onderbreken.
Na onderbreking
zullen (hoofd)scheidsrechter(s) en organisatie in onderling overleg bepalen of
en wanneer
de wedstrijd wordt hervat dan wel of deze definitief wordt beëindigd
2. Zitplaatsen: Voor de positionering van de zitplaatsen moet worden
opgemerkt dat het grootste aantal stoelen voor beoordelaars aan de zijde staan
die het dichtste bij de plank zit. Voor synchroniteit is dit precies omgekeerd.
Als de afstand naar beide zijden even groot is zit het grootste aantal
beoordelaars voor uitvoering links van de plank en voor synchroniteit rechts van
de plank.
In bijzondere gevallen kan de beoordelaar aan de scheidsrechter vragen de
stoelen anders neer te zetten, bijvoorbeeld als het zicht op de planken wordt
gehinderd. Ook kan het licht hinderlijk zijn of de achtergrond van de muur door
een patroon verstorend werken.
Bij voorkeur moet een beoordelaar dit direct aangeven maar als het tijdens de
wedstrijd blijkt zal bij voorkeur de scheidrechter wachten tot een volledige
sprongronde is afgelopen en alle springers een gelijk aantal sprongen heeft
gemaakt. Als het na de eerste sprong blijkt kan natuurlijk direct worden
verplaatst. De springer(s) kunnen in dat geval vragen hun sprong opnieuw te
mogen maken, de scheidsrechter zal hier op basis van artikel
F 15.20 tot en met F 15.22 mee in moeten toestemmen. Als hij niet instemt is
het mogelijk hiertegen protest in te dienen (F
18).
In Nederland is het meestal niet mogelijk om de juryleden verhoogd neer te
zetten. Hiertegen is het mogelijk te protesteren. De jury zal echter dit protest
mogen afwijzen indien de omstandigheden (zoals het ontbreken van hogere stoelen
of een platform) toewijzing onmogelijk maken.
( Disclaimer : De op deze site opgenomen teksten zijn afkomstig uit het schoonspring-reglement van de KNZB. Hoewel de tekst met de grootste zorg is samengesteld en naar beste weten van de webmaster geen fouten bevat is de tekst in het reglementen boek van de KNZB leidend. De KNZB is niet verantwoordelijk voor de op deze site gepubliceerde teksten)
©HMJD/08-06-2008