
Joop
Stotijn schoonspringafdeling van DSZ
HOMEPAGE - INDEX PAGINA SCHOONSPRING REGLEMENT
REGLEMENT ARTIKEL F7
naar artikel F6 naar artikel F8
Opgenomen
in artikel F 7 Algemene wedstrijdbepalingen zijn :
F7.(1) Algemene wedstrijdbepalingen
F7.2 Inschrijvingen
F7.3 Startvolgorde
F7.4 Plaatsing voor een
wedstrijdonderdeel
F7.5 Uitslag van een
wedstrijdonderdeel
Artikel F7 Algemene wedstrijdbepalingen
7.1.2
Bij alle wedstrijden in Nederland dienen de
juryleden tenminste de bevoegdheid 7 en de leden
van het secretariaat de bevoegdheid T te bezitten.
Bij internationale wedstrijden in Nederland,
nationale kampioenschappen en daarmee door het
bondsbestuur gelijk te stellen wedstrijden moet
de scheidsrechter de bevoegdheid 5 en moeten de
beoordelaars allen de bevoegdheid 6 hebben,
tenzij het bondsbestuur toestemming verleend om
ook beoordelaars met bevoegdheid 7 in te
schakelen.
Het bondsbestuur kan voor specifieke wedstrijden
nadere eisen stellen aan de bevoegdheden die de
jury moet hebben (zie bijlage F
VII).
7.1.3 Bij internationale wedstrijden in Nederland, nationale kampioenschappen en daarmee door het bondsbestuur gelijk te stellen wedstrijden is een computerprogramma voor het maken van juryanalyses gewenst.
7.1.4 De springinstallaties dienen op de dagen van de wedstrijd voor de deelnemers beschikbaar te zijn. Op de dagen voorafgaand aan de wedstrijd wordt voldoende gelegenheid gegeven op de wedstrijdspringplanken en platforms te oefenen.
7.1.5 Wanneer het totale aantal sprongen van een wedstrijdonderdeel groter is dan 210 sprongen wordt de wedstrijd in twee of meer sessies van maximaal 210 sprongen opgedeeld tenzij meerdere jurygroepen worden ingezet. Ook bij minder dan 210 sprongen mogen meerdere jurygroepen worden ingezet.
7.1.6
Indien er twee jurygroepen worden ingezet zal de tweede groep jureren vanaf de
vierde sprongserie. Bij een wedstrijd met meer dan zes sprongen wordt de jury
weer gewisseld vanaf de achtste ronde.
7.1.7
Indien er voldoende juryleden beschikbaar zijn is het streven in een finale geen
juryleden in te zetten van de verenigingen van de deelnemende springers.
7.1.8
Indien een beoordelaar op enig moment niet meer in staat is het beoordelen voort
te zetten na het begin van het wedstrijdonderdeel zorgt de scheidsrechter voor
vervanging.
7.2.1
Voor wedstrijden in Nederland moet een daarvoor ingeschreven springer voor de in
de aankondiging vermelde sluitingsdatum de volledig en duidelijk ingevulde en
ondertekende officiële springlijsten voor alle te houden wedstrijden bij de
wedstrijdorganisatie inleveren.
7.2.2
De organisatie zorgt ervoor dat de scheidsrechter of zijn vertegenwoordiger de
springlijsten tijdig kan controleren overeenkomstig artikel F15.7.
7.2.3
Bij het niet tijdig inleveren van de springlijsten wordt een springer niet tot
de wedstrijd toegelaten.
7.2.4
Elke deelnemer is zelf verantwoordelijk voor de juistheid van zijn/haar springlijsten.
7.2.5
Binnen 3 uur voor het begin van een wedstrijd kunnen geen wijzigingen meer in
behandeling worden genomen, tenzij een andere regeling is getroffen.
7.2.6
Bij 1m plankspringen mag een deelnemer binnen 3 uur voor het begin van (halve)
finale van een toernooi de springlijst wijzigen, op voorwaarde dat de gewijzigde
springlijst binnen 30 minuten na het beëindigen van de voorgaande deelwedstrijd
bij het secretariaat wordt ingeleverd. Indien de springer niet binnen de
gestelde tijd een nieuwe springlijst inlevert moet de springer dezelfde sprongen
uitvoeren als in de voorgaande deelwedstrijd.
7.2.7
Bij 3m-plankspringen, torenwedstrijden en wedstrijden synchroonspringen waarbij
de kwalificatiewedstrijd wordt gesprongen op dezelfde dag als de (halve) finale
mag een nieuwe springlijst binnen 30 minuten na het beëindigen van de
kwalificatiewedstrijd bij het secretariaat worden ingeleverd.
7.2.8
Deelnemers aan de finale 3m‑plankspringen of torenspringen kunnen tot
uiterlijk 30 minuten na de halve finale nieuwe springlijsten inleveren.
7.2.9
Op de springlijst moet van elke sprong, in de volgorde waarin de sprongen worden
uitgevoerd, zijn aangegeven:
- het nummer van de sprong;
- de uitvoering van de sprong, d.w.z. (A) gestrekt, (B) gehoekt, (C) gehurkt of
(D) vrije houding;
- de hoogte van de springplank of het platform;
- de moeilijkheidsfactor volgens de geldende formule.
7.3.1
Voor de eerste wedstrijd van elke categorie wordt de volgorde waarin de
deelnemers springen door loting bepaald.
7.3.2
In de halve finale is de startvolgorde gelijk aan de omgekeerde volgorde van de
behaalde plaats in de kwalificatiewedstrijd. Indien er geen
kwalificatiewedstrijd is gehouden wordt de volgorde door loting bepaald.
7.3.3
In de finale all-in is de startvolgorde gelijk aan de omgekeerde volgorde van de
behaalde plaats in de halve finale tenzij het toernooisysteem wordt toegepast.
Indien er geen halve finale is gehouden wordt de startvolgorde door loting
bepaald. In de finale voor de leeftijdsgroepen is de startvolgorde gelijk aan de
omgekeerde volgorde van de kwalificatiewedstrijd.
7.3.4
Als er gesprongen wordt in het toernooisysteem is de volgorde van de springers
in de finale gelijk aan de omgekeerde volgorde van de plaats behaald in de
kwalificatiewedstrijd.
7.3.5
In (halve) finales waarvoor meer springers zich met hetzelfde puntentotaal
hebben geplaatst wordt de startvolgorde van deze springers door loting bepaald.
7.3.6
De loting voor de volgorde van de springers moet in het openbaar gebeuren.
Plaats en tijdstip van de loting moeten in de officiële wedstrijdaankondiging
worden bekend gemaakt. Zo mogelijk dient de loting elektronisch te gebeuren.
7.3.7
In elke ronde moeten de deelnemers allen in volgorde hun sprong uitvoeren.
7.3.8
Een wedstrijd omvat het aantal sprongen per deelnemer, zoals in bijlage FIV is
omschreven.
7.4 Plaatsing voor een
wedstrijdonderdeel
7.4.1 Wanneer
een springer of paar (bij synchroonspringen) niet in staat is om aan een (halve)
finale deel te nemen, zal de eerstvolgend geplaatste deelnemer of paar uit het
voorafgaande wedstrijdonderdeel worden toegelaten.
7.4.2 Wanneer
meer springers of paren (bij synchroonspringen) zich met een gelijk aantal
punten voor de laatste plaats van het volgende wedstrijdonderdeel kwalificeren,
worden zij allen toegelaten.
7.5 Uitslag van een wedstrijdonderdeel
7.5.1 De
springer of het paar (bij synchroonspringen) met de hoogste score wordt
uitgeroepen tot winnaar van het betreffende wedstrijdonderdeel.
7.5.2 De
volgende plaatsen worden achtereenvolgens toegewezen in aflopende volgorde van
de score.
7.5.3 Indien twee of meer springers of paren (bij het synchroonspringen) dezelfde score hebben eindigen zij op dezelfde plaats.
7.5.4 Bij
elk volgend wedstrijdonderdeel (halve finale of finale) beginnen de springers
weer bij 0 (nul) punten.
naar
artikel F6 naar artikel F8
( Disclaimer : De op deze site opgenomen teksten zijn afkomstig uit het schoonspring-reglement van de
KNZB. Hoewel de tekst met de grootste zorg is samengesteld en naar beste weten van de
webmaster geen fouten bevat is de tekst in het reglementen
boek van de KNZB leidend. De KNZB is niet verantwoordelijk voor de op deze site
gepubliceerde teksten)
©HMJD/01-01-2006